Leeftijdloze begerigheid

Vrijwel dagelijks koop ik één of meerdere kranten. Het hangt een beetje van de dag af of ik kies voor de Volkskrant en Trouw vanwege hun boekenbijlage, NRC Handelsblad als die in mijn buurt ergens los te koop is en anders is .Next een prima alternatief. Op andere dagen mag ik graag het Financieele Dagblad lezen. Niet zelden koop ik de krant bij de sigarenboer op de hoek. Hoewel ik niet rook, doet de tabaksgeur in de zaak me denken aan mijn jeugd. Temidden van die geur kocht ik van de kwartjes die ik van mijn moeder kreeg vaak Donald Duck of een ander tijdschrift van enig gewicht. Mijn missie was belangrijk, ik was een vrouw met geld op zak. Mannen stonden bij de toonbank sigaren te roken of draaiden een shaggie uit een vers pakje tabak. De sigarenboer uit mijn jeugd herinner ik me als een wat slecht verlichtte winkel waar die rokende mannen waren ontsnapt aan hun stofzuigende en matjes kloppende vrouwen om zich even als lotgenoten aan elkaar te warmen. Soms mocht ik, als er geld overbleef van de Donald, nog wat lekkers kopen; een zakje zwart-wit, een schuimblok of een negerzoen. Dat laatste is een verboden woord, waarvoor mijn excuses. Kinderen die in hun eentje op pad gaan om iets te kopen, zie je niet zo vaak meer. Om ze te beschermen tegen boze mannen die ze meetrekken in gebutste busjes of al te vriendelijke priesters, waken ouders als kloeken over hun kroost en groeien jongetjes van tegenwoordig op in de schaduw van hun moeder.

Toonbank

De houten bak met snoepgoed op de toonbank van de sigarenboer bij mij op de hoek is nog dezelfde. De jongetjes die begerige blikken op de bak werpen is ook van alle tijden. Alleen zijn het nu de moeders die bepalen hoe de koop eruit ziet. Ik zag het vanmorgen gebeuren. Twee moeders kwamen onafhankelijk van elkaar tijdschriften kopen met elk een zoontje van een jaar of acht in hun kielzog. Het ene jongetje vroeg of hij een rolletje snoep mocht hebben. 'Nee', zei de moeder beslist. 'Je hebt vanmorgen al gesnoept dus nu krijg je niets meer.' Beteuterd bleef hij naar de bak staren. De andere moeder duwde haar zoontje juist naar de bak toe. 'Toe maar', spoorde ze hem aan. 'Kies maar iets. Wil je deze of liever deze?' Het kind knikte zuinigjes. Van hem hoefde het eigenlijk niet maar vooruit, het is dat zijn moeder zo aandrong. Met open mond over zoveel onverschilligheid staarde het andere kind beurtelings van de moeder naar zijn leeftijdgenoot. Beide kinderen werden door hun moeder naar de kassa geduwd. De ene moeder duwde het rolletje snoep in de handen van haar zoontje, dat het met tegenzin aanpakte. Hij maakte geen aanstalten om het open te maken, iets wat op het andere jongetje als een onbegrijpelijke nalatigheid overkwam. Het kind dat niets had keek de partijen beurtelings aan. Ik zag dat hij zijn gevoel over zoveel onrechtvaardigheid niet duidelijk kon maken. Zijn leeftijd zat hem in de weg. Hoe is het mogelijk dat het andere kind wél iets kreeg terwijl die eigenlijk helemaal niets wilde en hij, die zo snakte naar een snoepje, niets kreeg. Hij keek naar zijn moeder die strak voor zich uit keek, klaar om niet in te gaan op eventueel verongelijkt gemopper. Toen keek hij naar het verlegen jongetje dat er toch eigenlijk ook niets aan kon doen dat hij een rol snoep in zijn handen kreeg gedrukt die hij eigenlijk niet hoefde. Zijn bleek gleed omhoog naar de andere moeder. Háár schuld was het. Zíj was degene die alles uit balans bracht. Zonder te knipperen staarde hij haar onafgebroken aan. Toen snauwde hij op beschuldigende toon tegen de andere moeder: 'Is hij jarig of zo?'

Reageer

*
*
*

Type bovenstaande code over
*