De gierzwaluw is op zomeravonden in de Dordtse binnenstad nauwelijks te missen, maar je moet wel naar boven kijken. Hoog boven de daken scheren ze door de lucht. Gierzwaluwen horen bij de zomer, maar die duurt zij trekken nu aan hun stutten. Tussen eind juli en begin augustus vertrekken de meeste exemplaren alweer richting Afrika.
Gierzwaluw en de gierende roep
Een gierzwaluw kun je herkennen aan zijn donkere verenkleed, korte gevorkte staart en lange, sikkelvormige vleugels. Tijdens het vliegen wisselt hij razendsnelle vleugelslagen af met lange glijvluchten. Vooral al er meerdere vogels elkaar laag boven de huizen achtervolgen, kun je hun gierende roepen goed te horen. Gierzwaluwen worden ook wel honderd-dagen-vogels genoemd. Dat komt omdat ze maar ongeveer drie maanden in Nederland blijven. De eerste vogels arriveren zo tussen half april en begin mei. Ze bezetten een nest, broeden eieren uit en brengen hun jongen groot. Zodra de jonkies kunnen vliegen, beginnen ze zo ongeveer al meteen aan hun reis naar het zuiden.
Gierend 9000 verder
Die reis is indrukwekkend. Uit onderzoek met gierzwaluwen die een zendertje om kregen, is gebleken dat ze ongeveer 45 dagen onderweg zijn en bijna 9000 kilometer afleggen voordat zij in hun overwinteringsgebied in Afrika zijn. Het voorjaar dat daarop volgt, keren ze weer terug naar Europa. Het gekke is dat een gierzwaluw geen echte zwaluw is. De vogel behoort tot een andere familie dan bijvoorbeeld de boerenzwaluw en de huiszwaluw. Gierzwaluwen landen niet zo vaak, terwijl andere zwaluwen graag op een dakrand zitten of zo. Wel delen ze hun snelle vlucht en hun voorkeur voor vliegende insecten. Muggen, vliegen en vlinders worden tijdens het vliegen uit de lucht gevangen. Ook drinken en slapen en zelfs paren kunnen gierzwaluwen in de vlucht. Alleen om te broeden zoeken ze een vaste plek op.
Historisch home sweet home
Om te broeden zijn steden belangrijk voor de gierzwaluw omdat ze graag nestelen in kleine holtes en spleten van gebouwen, bijvoorbeeld onder dakpannen, achter daklijsten, bij regenpijpen of in openingen van gevels. Vooral oudere stadswijken hebben zulke plekken. Dat maakt de historische binnenstad van Dordrecht tot een aantrekkelijk leefgebied. Volgens IVN Dordrecht zijn daar nog verschillende broedplaatsen te vinden. Een nest is voor een gierzwaluw geen tijdelijk onderkomen. Ze zijn namelijk bijzonder honkvast en keren vaak jarenlang terug naar precies dezelfde broedplek. Dat kan problemen opleveren als gebouwen worden gerenoveerd, daken worden geïsoleerd of openingen in gevels worden afgesloten. Een kier die voor bewoners onbeduidend lijkt, kan voor een gierzwaluw de toegang tot een vertrouwd nest zijn. Omdat de dieren ieder jaar dezelfde plek gebruiken, zijn hun nesten het hele jaar door beschermd. Bij nieuwbouw en renovaties kunnen speciale neststenen of nestkasten uitkomst bieden. Die worden hoog in een gevel aangebracht en geven de vogels een permanente, veilige broedplaats. Het behoud van bestaande openingen blijft echter minstens zo belangrijk.
Kijk eens omhoog
Wie de gierzwaluw nog wil zien, moet dus niet te lang wachten. Kijk op een droge zomeravond eens omhoog in de binnenstad of luister naar het kenmerkende gegier tussen de huizen. Binnenkort wordt het boven de Dordtse daken merkbaar rustiger. Dan zijn de honderd-dagen-vogels onderweg naar Afrika en begint het wachten tot het volgende voorjaar.